woensdag 20 maart 2013

De wereld van de voedseladditieven: E-nummers.


Door mij bewust met voeding bezig te houden kom ik steeds meer informatie tegen over ‘gezonde’ voeding, productiemethoden en de macht van de voedingsindustrie. Uit allerlei bronnen blijkt elke keer weer dat het in de voedingsmiddelenindustrie niet draait om gezond en voedzaam voedsel, maar om geld. Geld, ook al gaat dit ten koste van gezonde voeding en gezondheid. Een voorbeeld is de suikerindustrie. Maar naast het feit dat werkelijk overal suiker in wordt gestopt, maak ik mij ook zorgen over alle E-nummers, ook wel voedseladditieven genoemd, die toegevoegd worden aan ons voedsel. 

    Net zoals er bij suiker grote belangen spelen, is dit bij verschillende chemische additieven ook het geval. Er wordt veel onderzoek gedaan naar de veiligheid van al deze E-nummers, maar een groot deel van deze onderzoeken wordt gefinancierd vanuit de industrie zelf. Bepaalde gevaarlijke stoffen, zoals arsenicum, lood en aceton zijn in veel van de chemische additieven aanwezig en toegestaan! Per kilogram is in sommige additieven wel 40mg zware metalen toelaatbaar. Daarnaast zijn er geen onderzoeksgegevens bekend over de accumulatie van voedseladditieven. E-nummers worden alleen ‘per stuk’ onderzocht, over de gevolgen van inname van additieven in combinatie met elkaar is vooralsnog weinig bekend. Verder staan bepaalde additieven te boek als ‘niet-kankerverwekkend’, alleen omdat hier nog geen onderzoek naar is gedaan op mensen. Verschillende voedseladditieven die in de EU worden toegestaan zijn in andere landen verboden vanwege niet overtuigend bewezen veiligheid. 
     Consumentenorganisaties zoals Foodwatch plaatsen hun kanttekeningen bij de uitkomsten van de onderzoeken. Mij persoonlijk lijkt het ook niet heel erg gezond om zware metalen zoals aluminium, ijzeroxide, cadmium en arsenicum binnen te krijgen.


Hoewel niet alle E-nummers per definitie schadelijk zijn (een E-nummer is een toegevoegde hulpstof en kan ook een onschadelijk product zijn, zoals bijenwas, citroenzuur of vitamine C), probeer ik deze voedingsadditieven zoveel mogelijk te vermijden. Dus: geen kant-en-klaar voedsel meer, een bezem door de kast met maaltijden uit een pakje en lekker zelf de keuken in. Dan weet ik tenminste zeker dat ik mijn huisgenoten Oma’s koekjes en chocopasta voorzet zonder schadelijke additieven!

Bronnen:


Geen opmerkingen:

Een reactie posten